Slachtofferhouding

Rumi zei ooit: ‘Out beyond ideas of wrongdoing and rightdoing, there is a field. I’ll meet you there.’ ‘Ver voorbij ideeën over onrecht en recht, ligt een veld. Ik ontmoet je daar.’ Dit deed me denken aan de houding die ik als therapeut moet bewaken wanneer een cliënt bij me langskomt: de houding van ‘het lege midden’.

Het is zo gemakkelijk om te vervallen in het zwart-witdenken, in het dader-slachtofferdenken. We ZIJN allemaal onrecht aangedaan, we HEBBEN allemaal onrecht aangedaan. We zijn tenslotte maar mensen. Toch moeten we oppassen met dit voorgenoemd denken, want de realiteit is niet zo binair. Als iemand vervalt in een slachtofferhouding, houdt hij zichzelf niet alleen klein, maar stelt hij zich tegelijk ook boven degene die hem onrecht heeft aangedaan. Het slachtoffer voelt zich zo beter dan zijn dader en ontkent dat hij een eigen inbreng of verantwoordelijkheid zou hebben in de situatie waarin hij verzeild is geraakt. Alsof de realiteit helemaal los van hem staat en hem zomaar overkomt. Niets is minder waar.

Iemand kan slachtoffer geweest zijn van misbruik en de dader moet een gepaste straf opgelegd krijgen, maar een slachtofferhouding maakt elk bewustwordings- en genezingsproces en vooral het opnieuw in verbinding kunnen komen met zichzelf en anderen onmogelijk. De slachtofferhouding is daarom een zeer egocentrische houding. Velen zien niet in dat juist vanuit deze slachtofferhouding daders geboren worden! We zien het dan ook vaak terugkomen bij de narcistische persoonlijkheidsstoornis, maar ook evengoed en op een zeer sluwe manier bij ‘de wereldverbeteraars’.

Wanneer een therapeut meegaat in dit zwart-witdenken, beperkt hij zichzelf in het helpen en vertraagt hij het helingsproces van zijn cliënt. De cliënt blijft vastzitten in zijn vicieuze cirkel, zijn woede of verdriet wordt gevoed,… In elk geval blijft de cliënt in zijn kern met het gevoel zitten dat hij niet helemaal wordt gehoord of gezien. De kans dat de cliënt nog meer gaat roesten in zijn patroon, omdat een professional zijn denkpatroon bevestigt, is groot.

Pas wanneer de therapeut het oordeel kan loslaten over ‘onrecht’ en ‘recht’ zoals Rumi zegt, kan hij vanuit ‘zijn lege midden’ werkelijk in ontmoeting treden met slachtoffers én daders. Hij ziet ze dan als mensen, elk met hun eigen beperkingen, ladingen en diep lijden. En alleen dan, wanneer eindelijk wordt uitgesproken wat bij beiden leeft, wanneer elk de verantwoordelijkheid kan dragen voor zijn eigen inbreng en elkaar als gelijkwaardig in het mens-zijn zien, komt er een verlichting die helend is, zowel voor het slachtoffer als voor de dader.

Zouden wij ook alle oordelen kunnen loslaten in onze maatschappij, over onze buren, familieleden, partners en over onszelf?

Vorige
Vorige

Emoties, dammen en draaikolken

Volgende
Volgende

Therapie en het emotionele brein